Donderdag 22 november was het eindelijk zover: ik ging voor de eerste keer in mijn muzikaal leven de grote Steven Wilson en de rest van Porcupine Tree aan het werk zien.Ik wist gelukkig vooraf dat ik niet ging treuren om mijn eenzame trip richting Brussel en had dus hoge verwachtingen bij zowel de “moderne Pink Floyd-ers” van Porcupine Tree als hun landgenoten en tourkompanen van Anathema.
Terug naar de opwarmer van de avond: het van Liverpool afkomstige Anathema. Zij, waaronder de drie broertjes Cavanagh, waren begin jaren ’90 een nieuwkomer in de death doom scène maar evolueerden over progressieve metal naar meer atmosferisch getinte rock waarbij ze invloeden van Pink Floyd of de inbreng van ballades niet schuwden. Getalenteerde mannen dus die gedurende hun carrière op een brede fanbase konden rekenen.
Ze openden hun zet meteen sterk met het wondermooie Fragile Dreams, waardoor de AB-zaal meteen goed vol liep. Iedereen leek er in zin te hebben en dat was de verdienste van de klankman die een knappe geluidsbrui door de zaal slingerde. Flying was het tweede grote sterrennummer van de avond dat vooral gekleurd wordt door de warme stem van Cavanagh en dromerige gitaartonen. De band koos voor de rest voor nieuwe nummers als voorbereiding op de in 2008 aanstormende nieuwe plaat.
Na een kleine 45 minuten was het mooie gedaan want de crew had een kwartiertje om het podium in te richten voor Porcupine Tree.
Omstreeks half 9 gingen de lichten uit waarna de vijf heren van Porcupine Tree hun plaatsje op het podium innamen. Steven Wilson, die zich gedurende de twee-uur durende live-set op blote voeten bewoog op een grote mat op het podium, kreeg het meeste aandacht van het dolenthousiaste publiek toen hij de tonen van het titelnummer van het laatste album, Fear of Blank Planet inzette. Zijn ingetogen stem zat goed, klonk tegelijk warm en de rest van de band voelde zich ook goed op het podium terwijl op een levensgroot scherm adembenemende en soms surrealistische visuals tevoorschijn kwamen. Met andere woorden de perfecte weergave van de hoge muzikale paden die Porcupine Tree bewandelde en met een gehypnotiseerde toeschouwer in zijn nabijheid. Anesthetize was hierbij een van de hoogtepunten van de set: een nummer dat zo’n 17 minuten klokt en alle facetten van de progmuziek opent, van lichte drumslagen en getokkel tot scheurende gitaren en drumexplosies, een ware onvoorspelbare muzikale tijdreis in een donker sfeertje.De rest van de set was echter niet zo onvoorspelbaar: van Fear of A Blank Planet werd ook nog Way out of here gekozen en er werden nóg twee nieuwe creaties gespeeld, die van de laatste EP, Nil Recurring. In Absentia, de plaat die voor het eerst de hardere Porcupine Tree naar voren brengt, was ook goed vertegenwoordigd met nummers als Blackest Eyes en Trains. Uit Deadwing legde Wilson Halo en Open Car uit. Zo ben ik bijna rond en was het toen ook bijna tijd om te ontwaken uit een onvergetelijke ervaring.
Eén minpuntje die de mensen eventjes uit hun (positieve) roes hield en de vaart uit de set wegnam was toen de band terugkwam voor de encore en de oldie The Sky Moves Sideways inzette: Wilsons head van zijn versterker begaf het plots.
De conclusie is misschien weer voorspelbaar: Porcupine Tree zette een smetteloze set neer (buiten dat ene defectje aan de versterker) en wist dus zijn meesterlijke composities ook live een naam te geven. Misschien komt dit laatste over alsof mijn live-gigs altijd dé ervaring zijn om nooit te vergeten, maar die donderdagavond was er toch om spreekwoordelijk in te kaderen. Een fototoestel miste ik dus nog.
Als kennismaking met Anathema:
Sommige concertreviews die op mijn blog komen zijn in het Engels te lezen op www.corazine.com.






Als kleine jongen kon ik mij uren verdiepen in de stripverhalen van reporter Kuifje, zijn trouw hondje Bobby en niet te vergeten, zijn goede maat Kapitein Haddock. Het komische duo Jansen & Janssen en de verstrooide en hardhorige professor Zonnebloem waren ook uiteraard niet te onderschatten speelfiguren waarop naast het sterke scenario de verhalen van Georges Remi (aka Hergé) steunden. De stripverhalen werden ook een mooi visitiekaartje van de Belgische cultuur in het buitenland, Kuifje werd vertaal van het Chinees tot het IJslands en Hergé himself schopte het in de "Grootste Belg" in Vlaanderen en Wallonie tot respectievelijk de 24ste en 8ste plaats. Tot zover de mooie brok nostalgie. Hergé en de Kuifje-albums deden om een heel andere reden de laatste maanden stof opwaaien. 









